Menu:

Het ontstaan van de Koude Oorlog


a. Vooraf: verschil kapitalisme - communisme

De twee machtigste landen van de wereld in de vorige eeuw, de Verenigde Staten van Amerika en de Sovjet-Unie, hadden allebei eigen ideeën over hoe men moest leven in een maatschappij.

Amerika is kapitalistisch. (Kapitaal = geld) Dat betekent dat er een verschil is tussen rijke mensen en arme mensen. In een kapitalistisch land wordt geprobeerd om winst te maken. De arbeiders verdienen minder dan de fabrieksbazen. De regering bemoeit zich weinig met de economie. Niet iedereen in Amerika was gelijkwaardig. Zo waren de blanke mensen nog steeds meer waard dan zwarte mensen. (Pas rond het jaar 1960 werden zwarte mensen volgens de wet gelijkwaardig gesteld in Amerika)

In de Sovjet-Unie was men niet kapitalistisch, maar communistisch. Het communisme komt van het woord "commune". dat betekent "gemeenschap of samenleving". In een communistisch land is alles van elkaar. Je hebt dus geen eigen bezit. Alles is van de regering en die probeert dan alle producten eerlijk te verdelen onder de bevolking. De communisten geloofden dat een kapitalistisch land vanzelf ten onder ging, omdat de arbeiders en de boeren in hun ogen werden uitgebuit. De communist wilde dat er in ieder land een opstand uitbrak tegen de rijken. Het communisme zou uiteindelijk beter zijn voor de mensen dan het kapitalisme.


b. De Russische Revolutie

De oorsprong van de Koude Oorlog gaat terug tot 1917. In dat jaar werd de laatste tsaar (=keizer) van Rusland afgezet en uiteindelijk vervangen door een communistische regering. De naam van het land - Rusland - werd veranderd in de Sovjet-Unie. De regeringen in het Westen (Groot-Brittannië, Frankrijk, Verenigde Staten) waren niet blij met het communistische systeem en wilden het vernietigen. Ze stuurden legers naar Rusland om de opstand tegen de communisten te steunen in een burgeroorlog. De communisten wonnen en werden de leiders van Rusland. De communistische leiders wantrouwden het Westen en waren er van overtuigd dat als er een kans zou komen om het communisme te vernietigen, het Westen die met beide handen zou aangrijpen.


Trotzky, de militaire leider van de communisten, veegt de vijanden het land uit.

c. Wantrouwen

Ook in het Westen waren de kapitalistische landen achterdochtig. Ze dachten dat de Sovjet-Unie het communisme over de hele wereld wilde verspreiden door de bestaande regeringen af te zetten en te vervangen door communistische regeringen.


In de Verenigde Staten waren veel mensen bang voor het communisme.

d. Adolf Hitler

In de dertiger jaren van de vorige eeuw (1930-1940) was er een kans voor de beide partijen om hun meningsverschillen aan de kant te schuiven en zich met elkaar te verzoenen. Ze gingen zich namelijk allebei zorgen maken toen in 1933 Adolf Hitler de nieuwe Duitse leider werd. Hij beloofde de Duitse bevolking om Duitsland weer sterk te maken en terug te winnen wat ze verloren hadden in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918.

De Sovjet-Unie was bezorgd omdat Hitler het communisme haatte en land op de Sovjets wilde veroveren. En ook het Westen had reden om zich zorgen te maken. De VS deden hun best zich zo min mogelijk te bemoeien met de problemen in Europa. Groot-Brittannië en Frankrijk wisten, dat als Duitsland weer sterk zou worden, het misschien een nieuwe oorlog zou beginnen.

Om dit te voorkomen voerden ze een politiek van verzoening ten opzichte van Duitsland. Dit betekende dat ze toegaven aan de eisen van Hitler, zolang die eisen niet erg onredelijk waren. Ze waren vastbesloten om een herhaling van de Eerste Wereldoorlog en de vele slachtoffers die toen vielen te voorkomen.

De Sovjets dachten dat het Westen Hitler steunde in de hoop dat hij de Sovjet-Unie zou aanvallen. Als hij dit zou doen zouden zowel Duitsland als de Sovjet-Unie verzwakt raken, wat in het voordeel was van de Westerse landen.

e. Bondgenoten

Het beste wat het Westen en de Sovjet-Unie konden doen in 1933 was om bondgenoten te worden, maar door het wantrouwen dat ze hadden ten opzichte van elkaar deden ze dit niet. Tot ieders verrassing werden in 1939 twee andere landen elkaars bondgenoten: Duitsland en de Sovjet-Unie. De beide landen haatten elkaar, maar op dat moment kwam een bondgenootschap voor beide goed uit.


Hitler (links) en Stalin klinken op de afspraak die ze hebben gemaakt om elkaar niet aan te vallen.