In dit hoofdstuk komt de Franse Revolutie aan bod. Wat was die revolutie? Hoe is hij ontstaan? Wat waren de gevolgen? En wat hebben wij daar nog mee te maken? Allemaal vragen die je kunt beantwoorden, als je deze paragrafen hebt doorgenomen.

Frankrijk in de 18e eeuw

Le Roi Soleil. Dat is Frans voor 'zonnekoning'. Het was de bijnaam van de franse koning Lodewijk XIV (1643-1715). Een mooie naam, vond hij zelf, en hij paste ook zo goed bij hem. Want net zoals de planeten om de zon draaien, draaide in Frankrijk alles om de koning. Natuurlijk had Lodewijk wel ministers en ambtenaren die hem hielpen bij het regeren van het land, maar hij besliste. Zo'n koning, die alles alleen besliste, noem je een absoluut vorst.

 

Een eindje buiten de hoofdstad Parijs had Lodewijk een paleis laten bouwen, in Versailles. Een groot en schitterend paleis was het, met tientallen kamers, dure meubels en kostbare wandversieringen. En een enorme tuin, waarin je gemakkelijk kon verdwalen. Met fonteinen, vijvers, een dierenpark en een theehuis zo groot als een kasteel.

 
 

De gewone Fransman had het een stuk slechter. Hij moest veel belasting betalen, maar had niets te vertellen. Frankrijk was in die tijd een standensamenleving. De eerste stand bestond uit geestelijken (kardinalen, bisschoppen, priesters). Er waren niet zoveel geestelijken, maar samen waren ze eigenaar van 10 procent van de grond.

 

Een iets grotere groep bestond uit edelen (graven, markiezen, hertogen). Deze groep had 20 procent van de grond in bezit. De edelen hoorden bij de tweede stand. De rest van de bevolking (burgers in de steden en miljoenen boeren op het platteland) werd de derde stand genoemd.

 

De drie standen hadden niet dezelfde rechten en plichten. De eerste en tweede stand hoefden geen belasting te betalen en kregen alle belangrijke baantjes. De mensen die bij de derde stand hoorden moesten wel belasting betalen, ze moesten af en toe gratis werken voor de adel (herendiensten) en ze werden zwaarder gestraft dan de edelen en geestelijken als ze iets verkeerd hadden gedaan.

 

Veranderingen
In de tijd van Lodewijk XVI, de kleinzoon van de zonnekoning, veranderde dit alles. De koning had geldgebrek, omdat hij dure oorlogen voerde en omdat hij erg luxe leefde. De derde stand had ook problemen. Door enkele strenge winters waren de oogsten mislukt. Graan was bijna niet te betalen, zodat veel mensen honger hadden. Geen eten, geen geld, maar wel belasting betalen! En nu wilde de koning de belasting zelfs nog verhogen!

 

Maar het verhogen van de belastingen was nu net zo'n beetje het enige, waar de koning toestemming voor moest vragen. In 1789 liet hij vertegenwoordigers van alle drie standen naar zijn paleis komen. "Het leven van een koning is tegenwoordig een stuk duurder dan vroeger. Ik wil daarom de belasting verhogen en jullie moeten dat plan goedkeuren", zei Lodewijk XVI. De vertegenwoordigers van de drie standen waren stomverbaasd. Een koning die ergens toestemming voor vroeg? Dat was in geen 175 jaar gebeurd!