In dit hoofdstuk komt de Franse Revolutie aan bod. Wat was die revolutie? Hoe is hij ontstaan? Wat waren de gevolgen? En wat hebben wij daar nog mee te maken? Allemaal vragen die je kunt beantwoorden, als je deze paragrafen hebt doorgenomen.

De dood van de koning

Het is nog donker als Santerre, de commandant van de Parijse Nationale Garde, op weg gaat naar de gevangenis. Hij moet de afgezette koning ophalen. Vandaag is de dag van de terechtstelling! De koning zal naar het Plein van de Revolutie worden gebracht. Daar zal hij onthoofd worden. Santerre moet ervoor zorgen dat alles goed verloopt. Een moeilijke taak. Een koning ter dood brengen, dat is in Frankrijk nog nooit gebeurd. Misschien komt er wel opstand van. Misschien zijn veel Parijzenaars toch nog wel vr de koning ...

 

'Het is maar goed dat ik alle stadspoorten heb laten sluiten', denkt Santerre. 'Dan kan tenminste niemand Parijs binnenkomen om de koning te helpen. Je weet maar nooit wat de vijand van plan is.' Frankrijk is in oorlog met Oostenrijk en Pruisen. De koningen van die landen zouden kunnen proberen in te grijpen. Santerre heeft een paar duizend man ingeschakeld voor het bewaken van koning Lodewijk op zijn laatste reis. Langs de hele route staan de soldaten vier rijen dik.

 

Rond acht uur in de ochtend meldt Santerre zich bij de gevangene. De koninklijke familie schrikt op als hij binnenkomt. Huilend klemmen het prinsje en het prinsesje zich aan hun vader vast. Het gezicht van koningin Marie-Antoinette is gezwollen en haar ogen zijn rood van de tranen. Alleen koning Lodewijk zelf ziet er rustig uit. Het lijkt of hij helemaal niet bang is voor wat er gaat komen. Santerre weet even niet wat hij doen moet. Maar dan zegt de koning vastberaden: 'Laten we gaan.' Voor de allerlaatste keer neemt hij afscheid van zijn vrouw en kinderen. Dan volgt hij de mannen van Santerre.

 

Hij stapt in het rijtuig dat klaarstaat op de binnenplaats van de burcht. De tocht door de mistige, koude straten van Parijs duurt bijna twee uur. Langzaam beweegt het rijtuig zich voort. De massa's langs de route maken het soms bijna onmogelijk om verder te rijden. 'Leve het volk!', 'Weg met de tiran!', 'Leve de revolutie!', wordt er geroepen. Vanaf zijn paard houdt Santerre de toestand scherp in de gaten. 'Terug, burgers, maak plaats!' schreeuwt hij op commanderende toon. Het is moeilijk om zo'n massa Parijzenaars kalm te houden. Dat is de afgelopen maanden wel duidelijk geworden.

 

Twee keer had het volk van Parijs de afgelopen zomer het koninklijk paleis bestormd. Santerre was er beide keren zelf bij geweest. Hij was immers aanvoerder van de revolutionaire garde. In juni was het volk doorgedrongen tot in de kamer van de koning. Een Parijse slager was daar stevig tekeer gegaan. 'Meneer...', had hij tegen de koning geroepen. De koning had verbaasd opgekeken. Hij was gewend om nederig met 'sire' of 'majesteit' te worden aangesproken. 'Meneer, u moet naar ons luisteren. Daar bent u voor, om naar ons te luisteren. U bent een schurk. Altijd hebt u ons misleid en dat doet u nog steeds. Maar nu is de maat vol. Het volk heeft genoeg van uw spelletjes.'

 

De koning had heel kalm geantwoord. 'Ik zal alles doen wat de grondwet en de besluiten van de regering van mij vragen', had hij verklaard. Hij had de hand van n van zijn lijfwachten tegen zijn borst gedrukt: 'Voel je wel, mijn hart bonst helemaal niet meer dan normaal!' De kalmte van de koning had indruk gemaakt. Na een tijdje had de menigte het paleis weer verlaten. De tweede bestorming liep niet zo goed af voor de koning. Hij werd gevangengenomen. Het koningschap werd afgeschaft. De koning werd beschuldigd van misdaden tegen het volk en landverraad. Daarna werd hij ter dood veroordeeld. Vandaag, 21 januari 1793, moet dat vonnis worden voltrokken.

 

Langzaam nadert de stoet het Plein van de Revolutie. In het midden staat een leeg voetstuk. Daar heeft het beeld van de vorige koning, Lodewijk XV, gestaan. Het is er door het volk afgehaald. Naast het lege voetstuk staat een houten schavot met een guillotine erop. Dat is een valbijl waar mee veroordeelden snel en pijnloos ter dood kunnen worden gebracht. Als de koning uit het rijtuig gestapt is, moet hij zijn boven kleren uittrekken en moet het haar in zijn nek worden afgeknipt. Ook moeten zijn handen worden vastgebonden. De koning verzet zich: 'Ik ben toch niet zomaar een boef! Ik wil sterven als een vorst, niet als de eerste de beste misdadiger!' 'Maak nou geen moeilijkheden', zegt de beul. Maar dat helpt niets. De koning blijft zich verzetten. Dan zegt de priester: Vergelijk u met Christus. Die stierf immers ook als een slaaf aan het kruis.' Dat klinkt beter. De koning stribbelt niet meer tegen.

 

Moeizaam klimt Lodewijk het steile, wankele trapje op. De priester ondersteunt hem. Als hij boven op het schavot is aangekomen, begint hij tegen de menigte te spreken: 'Ik sterf onschuldig aan de misdaden waarvan men mij beschuldigt. Ik vergeef degenen die mijn dood hebben veroorzaakt. Ik hoop...' Santerre geeft een teken. Het tromgeroffel wordt luider, de stem van de koning wordt onhoorbaar. 'U bent hier niet gekomen om een toespraak te houden, maar om te sterven', snauwt de beul nog. Hij bindt de koning vast op een plank en schuift die naar voren zodat zijn nek precies op de goede plek komt te liggen. Dan maakt hij het touw los. Met een klap komt het vlijmscherpe mes naar beneden. Het koninklijke hoofd rolt in de mand naast de guillotine. De beul grijpt het hoofd bij de haren beet en houdt het, druipend van het bloed, triomfantelijk omhoog voor de menigte. Een gejuich stijgt op uit tachtigduizend kelen. Sommigen dringen naar voren om zakdoeken te dopen in het koninklijke bloed. De Fransen hebben hun koning ter dood gebracht!

 

Santerre kan tevreden zijn. Alles is precies volgens plan verlopen. Ik heb alles mooi in de hand gehouden, denkt Santerre bij zichzelf. Er is geen opstand uitgebroken in de stad. Maar diep in zijn hart is hij toch ongerust. Hoe zal het verder gaan met Frankrijk zonder koning? Zal het volk rustig blijven?

 

Uit: Sporen 2 (v/m) – Wolters-Noordhoff