Het leven van een romeinse soldaat

“Mijn leven is bijna ten einde. Het is wel goed zo. Ik heb gedaan wat ik kon, voor de god Mithras en voor de Romeinse keizer. Als kind wist ik al dat ik in het Romeinse leger zou dienen. Ik dacht toen nog dat ik de hele dag zou vechten. Dat viel tegen. Veel op wacht staan; bruggen en wegen repareren; veel gevechtstrainingen. En als we dan vochten, was het niet leuk."

"Ik heb veel collega's zien sneuvelen. Dat Germaanse volk is te sterk geworden. Ik ben op verschillende plaatsen langs de Limes, de Rijngrens van het Romeinse Rijk, gelegerd geweest. Maar we trokken steeds verder terug naar het oostelijk deel van de Rijn. Er liep een weg langs de zuidoever, maar die was nat en modderig. Je blééf bezig met reparatiewerkzaamheden.”