Middeleeuws dorp

A. Schapen graasden op grazige weiden. De dorpsbewoners gebruikten schapenwol om kleren van te maken.

B. In de herfst oogsten de boeren het graan.

C. Het graan werd naar de molen gebracht waar het werd vermalen tot meel. Daar werd brood van gebakken.

D. De landheer woonde in een groot, stenen huis.

E. Boeren verbouwden groenten in kleine tuinen dichtbij hun huizen.

F. De kerk van het dorp was gebouwd op een stukje land dat van de landheer was.

G. De smid maakte ijzeren gereedschappen voor de boer.

Klik op de afbeelding hieronder.
Beantwoord de vraag: Welke letter en welk cijfer horen bij elkaar?

middeleeuws dorp